Vrijspraak voor mishandeling cliënt.

Cliënt is door het hof Amsterdam op 8 september 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:1740) vrijgesproken ten aanzien van de aan hem ten laste gelegde mishandeling. Tijdens deze procedure ging het om de reikwijdte van de juridische betekenis van ‘’mishandeling’’. De politierechter in eerste aanleg was met de officier van justitie van oordeel dat het spugen in iemands gezicht mishandeling opleverde omdat sprake was geweest van ‘’een zeer onaangename fysieke ervaring’’.  Volgens de Hoge Raad levert niet alleen het opzettelijk veroorzaken van pijn en letsel mishandeling op, ook ‘’het bij een ander teweeg brengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam, een en ander zonder dat hiervoor een rechtvaardigingsgrond bestaat’’ kan in bepaalde gevallen worden gekwalificeerd als mishandeling. De zaak tegen cliënt  kreeg onder andere aandacht van het Parool (https://www.parool.nl/amsterdam/taakstraf-voor-bespugen-buschauffeur~a4469246/) en is gepubliceerd op rechtspraak.nl (https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:1740)

Tegen de uitspraak van de politierechter is hoger beroep ingesteld door de verdediging  (mr. F. Bogaerts). Vrijdag 8 september 2017 is uitspraak gedaan door het hof; (ECLI:GHAMS2017:4109) ondanks het requisitoir van de advocaat-generaal dat strekte tot een veroordeling ter zake mishandeling heeft het hof bepaald dat het spugen in het gezicht niet als mishandeling maar als belediging moet worden gekwalificeerd en hierbij het verweer van de verdediging gehonoreerd. Ook deze uitspraak is gepubliceerd op rechtspraak.nl (https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:4109) Daarnaast heeft het Advocatenblad (jaargang 97, 2017, 10) melding gemaakt van deze uitspraak  in de kroniek materieel strafrecht op p. 101.

Het bespugen kan niet op één lijn worden gesteld met bijvoorbeeld het opzettelijk toedienen van roet of het duwen van iemand in een ijskoud kanaal. Deze laatste twee voorbeelden leverden wel een veroordeling voor mishandeling op omdat in die gevallen wel sprake was van een zeer onaangename fysieke ervaring die een zelfstandige reactie van het lichaam bewerkstelligde. De politierechter is aldus door het hof teruggefloten. Dit is een belangrijk arrest; het is een signaal dat de strafrechtelijke deur niet te wijd open moet worden gezet.  Het vonnis van de politierechter is dan ook vernietigd.

Nut instellen verzet tegen strafbeschikking

Heeft u een strafbeschikking gekregen? Neem contact met ons kantoor op! Dan kunt u hiertegen met hulp van één van onze strafrechtspecialisten verzet instellen. Dit moet binnen veertien dagen nadat de strafbeschikking aan u is uitgereikt.

Bij de beoordeling van de strafbeschikking wordt alleen gekeken naar het strafdossier en niet naar uw persoonlijke omstandigheden. Wanneer u echter in verzet gaat wordt de zaak opnieuw beoordeeld. Dit kan betekenen dat de strafbeschikking wordt gewijzigd of zelfs wordt ingetrokken. Het instellen van verzet kan dus een straf en een strafblad voorkomen. Ook kunt u worden opgeroepen voor een zitting bij de politierechter. De politierechter zal dan in plaats van het OM uw zaak beoordelen.

Wanneer u niet in verzet gaat wordt u automatisch schuldig verklaard. Dit kan in de toekomst voor nadelige gevolgen zorgen. Zo kan het zijn dat u geen Verklaring Omtrent het Gedrag(VOG) meer kunt krijgen. Dit betekent dat het altijd nuttig is om in verzet te gaan. Wij kunnen u hiermee helpen en een verzetschrift opstellen met de juiste motivering

Huib Struycken schreef een kritisch stuk over de Wet Administratieve Handhaving Verkeersboetes (de-wahv-kritisch-beschouwd). Daags later ontving hij van de Raad van State een uitspraak waarin zij onder 7.1 als standpunt hebben ingenomen dat de kentekenregistratie met terugwerkende kracht vervallen dient te worden tot het moment van de sloop van het voertuig. De Afdeling overweegt:
De Afdeling is van oordeel dat de RDW zich echter niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat [appellant sub 2] ook na de datum waarop het voertuig is gesloopt nog binding had met de tenaamstelling. Vanaf die datum werd immers niet meer met het voertuig deelgenomen aan het verkeer en kon het voertuig of onderdelen daarvan ook niet meer worden verhandeld. Met het voertuig kon daarna niets meer gebeuren omdat het niet meer bestond, zodat het doel van de registratie en de reden om in beginsel geen terugwerkende kracht te verlenen aan het vervallen van de tenaamstelling, vanaf dat moment hun betekenis hebben verloren. Onder deze omstandigheden valt niet in te zien dat [appellant sub 2] nog deel heeft aan de tenaamstelling. Door vervallenverklaring met terugwerkende kracht tot het moment van de sloop van het voertuig te weigeren heeft de RDW niet een juist evenwicht bewerkstelligd tussen het belang van een juiste registratie en het belang van [appellant sub 2] bij correctie met terugwerkende kracht van de registratie. De RDW heeft derhalve voor de periode teruglopend tot de sloop van het voertuig op 17 november 2006 ten onrechte geen terugwerkende kracht verleend aan de vervallenverklaring van de tenaamstelling als bedoeld in artikel 40c, derde lid, van het Kentekenreglement.

Huib Struycken : “Mijns inziens is de betekenis van deze overweging dat niet meer beboet kan worden op basis van registervergelijking indien niet vaststaat , bewijs is geleverd door de boeteoplegger, dat het voertuig in de zin van de WVW nog bestaat.

De Afdeling bestuursrecht is niet ingegaan op het betoog dat de WAHV niet EU-proof is omdat de boeteoplegging ten aanzien van grensoverschrijdend verkeer en de gevolgen daarvan tot onaanvaardbare verschillen leiden tussen EU-ingezetenen die in Nederland wonen en andere EU-ingezetene. In het onderhavige geval was betrokkene met de auto naar Oostenrijk verhuisd. De Auto had een Oostenrijks kenteken en was gekeurd ingevolge de Oostenrijkse wet. Desondanks kreeg betrokkene boetes opgelegd op basis van registervergelijking door de RDW en werden 8 machtigingen gegeven door de rechtbank te Leeuwarden tot gijzeling van betrokkene. Toen betrokkene in Nederland terugkeerde werd ze zonder pardon voor 28 dagen gegijzeld. Betrokkene heeft nooit in Oostenrijk post ontvangen van de zijde van de RDW en/of het CVOM. De jurisdictie en de oplegging van boetes kan niet worden bepaald door waar een voertuig is geregistreerd. Nederland had geen internationale bevoegdheid.”

ECLI:NL:RVS:2016:2681

Op 24 juli 2015 zou mr Winnie Sorgdrager als staatsraad optreden om te oordelen over de rechtmatigheid van wetgeving die zij zelf destijds als minister van Justitie had ingevoerd.

Aan de orde was het hoger beroep in een geschil met de RDW, die weigerde om met terugwerkende kracht de kentekenregistratie te corrigeren van een auto die al lang niet meer bestond. De RDW had daarin gelijk gekregen van de rechtbank Amsterdam omdat er al eerder een beslissing was geweest over terugwerkende doorhaling van de registatie.

Saillant detail is dat de regelgeving over het correctierecht van het kentekenregister al was gewijzigd nadat het Europese hof van de Rechten van de mens in de zaak Romet tegen Nederland had vastgesteld  dat de door Sorgdrager ingevoerde regelgeving in strijd was met artikel 8 EVRM.

Sorgdrager was niet alleen verantwoordelijk voor de invoering van de regelgeving maar ook voor de handhaving die geleid heeft tot gijzeling van duizenden mensen die vaak geen enkel verwijt gemaakt kan worden. Gevraagd of zij zich terug wilde trekken omdat zij als rechter moeilijk onafhankelijk kon oordelen over haar eigen wetgeving weigerde zij dit. Pas nadat een wrakingsverzoek was behandeld en de wrakingskamer een nadere zitting wilde houden om haar te vragen over de betekenis van haar handtekening en lidmaatschap van het kabinet dat het kentekenreglement had ingevoerd heeft zij zich alsnog teruggetrokken.

Er is een fundamenteel probleem met de onafhankelijkheid van de Raad van State. Niet alleen omdat oud ministers en beleidsmedewerkers over hun eigen  wetgeving oordelen maar ook vanwege de adviserende rol die de Raad heeft bij het tot stand komen van de wetgeving. Het geeft dan ook te denken dat de beide andere staatraden eveneens geen bezwaar hadden tegen Sorgdrager als rechter in deze zaak.

In het kader van de uitzendingen over gijzelingen voor CJIB-boetes besteedt TV-programma De Monitor onder andere aandacht aan het verhaal van een cliënt van ons kantoor. Advocaat Huib Struycken geeft commentaar op deze zaak en op de systematiek van dit soort boetebeschikkingen.

Het hele interview wordt uitgezonden op 27 september. Een voorproefje staat al op de website van De Monitor. Bekijk het hier.

 

Goed nieuws voor alle burgers die afhankelijk zijn van sociaal-advocaten voor hun toegang tot rechtsbijstand: de Eerste Kamer gaat niet akkoord met de voorgestelde bezuiniging van 85.000.000 euro op de gefinancierde rechtsbijstand. Het doorvoeren van deze bezuinigingen zouden uiteindelijk leiden tot een aantasting van de rechtsstaat, zo staat te lezen in de korte maar krachtige motie van kamerlid Franken.

De motie leest u hier:

Link naar Motie Franken

Link naar het nieuwsbericht Eerste Kamer

Op 14 oktober 2014 werd in de Eerst Kamer de motie-Kox aangenomen. Daaruit een citaat:

“(..) constaterende, dat breed het gevoelen heerst dat de bezuinigingen op derechtsbijstand de toegang tot het recht en de rechter hebben aangetast, gelet op de brief van VSAN/VSAA van 7 oktober 2014 en de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten van 9 oktober 2014,

constaterende, dat verdere bezuinigingen als overwogen in de algemene maatregel van bestuur stelselvernieuwing rechtsbijstand I tot een verdere aantasting van de rechtsbijstand zullen leiden, verzoekt de regering om de in deze amvb overwogen bezuinigingsmaatregelen niet in te voeren voordat een beleidsdebat over de bezuinigingen op de rechtshulp en de toegang tot het recht en de rechter heeft plaatsgevonden (..)”

Naar aanleiding van deze motie heeft de Eerste Kamer besloten om op 24 november 2014 een expert meeting te houden: een bijeenkomst met deskundigen om geïnformeerd te worden over feiten en omstandigheden met betrekking tot de voorgenomen bezuinigingen op rechtshulp en de toegang tot het recht en de rechter.

De hele motie en verdere informatie vindt u hier:

http://www.eerstekamer.nl/motie/motie_kox_sp_c_s_over_een_2

 

Uw uitkering kan worden ingetrokken of zelfs teruggevorderd als op enig moment te weinig bekend is over uw persoonlijke situatie en u de uitkeringsinstantie geen opheldering geeft. Dit gebeurt dan op basis van een schending van uw inlichtingenplicht. Indien besloten wordt tot terugvordering kan ook een boete worden opgelegd.

Het komt steeds vaker voor dat zo’n schending wordt vastgesteld. Of er ook echt van schending sprake is, is in veel gevallen onduidelijk. Ons kantoor heeft ervaring in het procederen tegen deze besluiten en het vragen van een vergoeding van de schade die u daardoor geleden heeft.

Recente uitspraak: cliënt krijgt ingetrokken uitkering terug over periode van anderhalf jaar.

In een van onze zaken werd door de rechter het intrekken van de uitkering over een periode van maar liefst anderhalf jaar teruggedraaid.

De uitkering van onze cliënt was ingetrokken omdat men zijn woonsituatie als onduidelijk beoordeelde waardoor het recht op bijstand niet langer vastgesteld kon worden. Onze cliënt was om verduidelijking gevraagd maar zijn uitleg over de situatie werd als onvoldoende informatief beoordeeld, waarmee hij zijn inlichtingenplicht zou hebben geschonden.

Bezwaar bij DWI en beroep bij de rechtbank leverden geen wijziging van het standpunt van het bestuursorgaan op. In hoger beroep echter oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat van schending van de inlichtingenplicht geen sprake kon zijn omdat onze cliënt aan alle ondervragingen en ook het huisbezoek had meegewerkt.

De rechter volgde verder de redenering van mr. Van Lotringen dat conform een recente uitspraak van 18 februari 2014 de bewijslast bij de gemeente ligt bij ingrijpende besluiten als intrekking van de uitkering. Een regelrecht succes voor onze cliënt.

Lees hier de hele uitspraak