Op 24 juli 2015 zou mr Winnie Sorgdrager als staatsraad optreden om te oordelen over de rechtmatigheid van wetgeving die zij zelf destijds als minister van Justitie had ingevoerd.

Aan de orde was het hoger beroep in een geschil met de RDW, die weigerde om met terugwerkende kracht de kentekenregistratie te corrigeren van een auto die al lang niet meer bestond. De RDW had daarin gelijk gekregen van de rechtbank Amsterdam omdat er al eerder een beslissing was geweest over terugwerkende doorhaling van de registatie.

Saillant detail is dat de regelgeving over het correctierecht van het kentekenregister al was gewijzigd nadat het Europese hof van de Rechten van de mens in de zaak Romet tegen Nederland had vastgesteldĀ  dat de door Sorgdrager ingevoerde regelgeving in strijd was met artikel 8 EVRM.

Sorgdrager was niet alleen verantwoordelijk voor de invoering van de regelgeving maar ook voor de handhaving die geleid heeft tot gijzeling van duizenden mensen die vaak geen enkel verwijt gemaakt kan worden. Gevraagd of zij zich terug wilde trekken omdat zij als rechter moeilijk onafhankelijk kon oordelen over haar eigen wetgeving weigerde zij dit. Pas nadat een wrakingsverzoek was behandeld en de wrakingskamer een nadere zitting wilde houden om haar te vragen over de betekenis van haar handtekening en lidmaatschap van het kabinet dat het kentekenreglement had ingevoerd heeft zij zich alsnog teruggetrokken.

Er is een fundamenteel probleem met de onafhankelijkheid van de Raad van State. Niet alleen omdat oud ministers en beleidsmedewerkers over hun eigen Ā wetgeving oordelen maar ook vanwege de adviserende rol die de Raad heeft bij het tot stand komen van de wetgeving. Het geeft dan ook te denken dat de beide andere staatraden eveneens geen bezwaar hadden tegen Sorgdrager als rechter in deze zaak.