Uw uitkering kan worden ingetrokken of zelfs teruggevorderd als op enig moment te weinig bekend is over uw persoonlijke situatie en u de uitkeringsinstantie geen opheldering geeft. Dit gebeurt dan op basis van een schending van uw inlichtingenplicht. Indien besloten wordt tot terugvordering kan ook een boete worden opgelegd.

Het komt steeds vaker voor dat zo’n schending wordt vastgesteld. Of er ook echt van schending sprake is, is in veel gevallen onduidelijk. Ons kantoor heeft ervaring in het procederen tegen deze besluiten en het vragen van een vergoeding van de schade die u daardoor geleden heeft.

Recente uitspraak: cliënt krijgt ingetrokken uitkering terug over periode van anderhalf jaar.

In een van onze zaken werd door de rechter het intrekken van de uitkering over een periode van maar liefst anderhalf jaar teruggedraaid.

De uitkering van onze cliënt was ingetrokken omdat men zijn woonsituatie als onduidelijk beoordeelde waardoor het recht op bijstand niet langer vastgesteld kon worden. Onze cliënt was om verduidelijking gevraagd maar zijn uitleg over de situatie werd als onvoldoende informatief beoordeeld, waarmee hij zijn inlichtingenplicht zou hebben geschonden.

Bezwaar bij DWI en beroep bij de rechtbank leverden geen wijziging van het standpunt van het bestuursorgaan op. In hoger beroep echter oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat van schending van de inlichtingenplicht geen sprake kon zijn omdat onze cliënt aan alle ondervragingen en ook het huisbezoek had meegewerkt.

De rechter volgde verder de redenering van mr. Van Lotringen dat conform een recente uitspraak van 18 februari 2014 de bewijslast bij de gemeente ligt bij ingrijpende besluiten als intrekking van de uitkering. Een regelrecht succes voor onze cliënt.

Lees hier de hele uitspraak